Selecteer een pagina

Gedragsregels

Gedragsregels vrijwilligers
Iedereen die sport, moet dit kunnen doen in een veilige omgeving. Om dit mogelijk te maken onderschrijft de vereniging de onderstaande gedragsregels, is er een (externe) vertrouwenspersoon aangesteld en dient iedere begeleider (lees ook instructeur of trainer)  een bewijs van goed gedrag te kunnen overhandigen. Een nieuwe begeleider wordt tijdens het intakegesprek gewezen op het aanvragen van een bewijs van goed gedrag. Dit maakt onderdeel uit van ons aannamebeleid.

Gedragsregels
De sportbonden in Nederland nemen ongewenst gedrag en seksuele intimidatie serieus. NOC*NSF heeft gedragsregels voor sportbegeleiders opgesteld. De regels zijn gemaakt om de risico’s op ongewenst gedrag in de relatie pupil en trainer te verkleinen en ze fungeren als toetssteen voor het gedrag van begeleiders en sporters in concrete situaties. Hieronder vindt u de elf gedragsregels die worden onderschreven door alle landelijke sportorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF. Dit geldt ook voor OSV Quintus.

  • De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt.
  • De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privé-leven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.
  • De begeleider onthoudt zich van elke vorm van (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter.
  • Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.
  • De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.
  • De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
  • De begeleider zal tijdens trainingen, opleidingen en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en met de ruimte waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer.
  • De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie. Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken, opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.
  • De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. Ook de begeleider aanvaardt geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering staan.
  • De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels worden nageleefd door iedereen die bij de sporter is betrokken. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken.
  • In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Vertrouwenspersoon
Het bestuur van OSV Quintus gaat ervanuit dat iedereen op een goede manier met elkaar omgaat. Ongewenst gedrag, bijvoorbeeld (seksuele) intimidatie, discriminatie of bedreiging wordt niet getolereerd. Mocht dit desondanks toch voorkomen, kan dit veel emoties en vragen oproepen. Soms kunnen deze onderwerpen goed worden besproken met een trainer of bestuurslid. In een enkel geval blijkt deze stap toch te groot. In deze gevallen kan een externe vertrouwenspersoon adviseren, begeleiden en ondersteunen.

Om met een externe vertrouwenspersoon te spreken, neem je contact op met het NOC*NSF vertrouwenspunt sport: 0900 – 2025590. Dit zijn vertrouwenspersonen van buiten de vereniging op wie elk lid van een sportvereniging in Nederland gratis een beroep kan doen.

Vanzelfsprekend staat het iedereen altijd vrij een beroep te doen op een ander vertrouwd lid van onze vereniging.

Bewijs van goed gedrag
Eenieder die binnen onze vereniging begeleiding en/of lesgevende activiteiten verzorgt, dient op verzoek een bewijs van goed gedrag (Verklaring Omtrent Gedrag: VOG) te kunnen overhandigen. Een nieuwe begeleider wordt tijdens het intakegesprek gewezen op het aanvragen van een bewijs van goed gedrag. Dit maakt onderdeel uit van ons aannamebeleid.